Behandel en onderzoeksmethoden

Hieronder vind u onze rubriek met onderzoek en behandelmethodes.

Wij proberen een zo'n duidelijk mogelijke uitleg te geven, mocht u informatie over een behandel of onderzoeksmethode zoeken en ontbreekt die in ons overzicht stuur dan een Email naar info@nah-info.nl en wij gaan voor u op zoek.

 

 


A

Aneurysma-embolisatie met coils.

Traditioneel worden patiënten met een SAB geopereerd, waarbij op de hals van het aneurysma een clip wordt gezet om een nieuwe bloeding te voorkomen, maar bij één op de tien patiënten is opereren niet mogelijk, omdat het bloedvat nauwelijks chirurgisch te bereiken is of operatie een groot risico met zich meebrengt. Voor deze patiënten kan aneurysma-embolisatie met coils een oplossing zijn. Het gaat hier namelijk niet om een operatie, maar om een behandeling die via de bloedvaten plaatsvindt .
Aneurysma-embolisatie is het verstoppen van een aneurysma met propjes fibrine, om verdere bloedtoevoer te voorkomen, door middel van platina draadjes. Fibrine is een uit het bloed gevormde stof die essentieel is voor de bloedstolling.
Coiling is een endovasculaire behandeling, waarbij het aneurysma wordt opgevuld met loslaatbare Guglielmi Detachable Coils (GDC).
Met een microcatheter (ook weer via de slagader in de lies) wordt een aantal kleine flexibele platina spiraaltjes in het aneurysma gebracht. Deze spiraaltjes zorgen ervoor dat het bloed in het aneurysma niet meer stroomt en daardoor gaat stollen. Op deze manier wordt het aneurysma van binnenuit afgesloten, terwijl het moedervat open blijft en een nieuwe bloeding kan worden voorkomen.
Aneurysma’s in het vertebrobasilaire systeem lenen zich uitstekend voor coiling. Met de microcatheter kun je makkelijk in de vertebralis komen en zonder omwegen in de basilaris.

Aneurysma hoe stel je de diagnose,

Het stellen van de diagnose
De diagnose hersen aneurysma kan op verschillende manieren worden gesteld. Wanneer een patiënt in het ziekenhuis wordt opgenomen omdat wordt vermoed dat er een hersenbloeding is opgetreden zal vrijwel altijd eerst een CT-scan (Computer Tomografie) van de hersenen worden gemaakt. Aan de hand van die foto kan in de meeste gevallen worden gezien wat voor een soort hersenbloeding is opgetreden. Soms is er niets bijzonders te zien, en zal de volgende dag (minstens 24 uur na het optreden van de klachten (meestal acute hoofdpijn)) een ruggenprik worden gedaan. Via deze ruggenprik kan met hersenvocht afnemen, waarin in het geval van een subarachnoïdale bloeding bloed kan worden aangetoond (meestal is het hersenvocht dan helderrood).

Wanneer aan de hand van de CT-scan of de ruggenprik de diagnose "subarachnoïdale bloeding" is gesteld zal een vaatonderzoek moeten worden verricht, zodat kan worden bekeken of er sprake is van een aneurysma

Naar boven

Aneurysma directe afsluiting,

Operatieve behandeling. Daarbij wordt door middel van een luikje in het schedeldak (of schedellichting) het aneurysma rechtstreeks benaderd en een klemmetje op de hals/nek van het aneurysma aangebracht zodat de bloedaanvoer naar de uitstulping is afgesloten. Het plaatsen van dat klemmetje noemt men op zijn Engels "clipping".

Als dat is gelukt, kan er geen bloeding van dat aneurysma meer optreden. Wanneer het tijdens de operatie niet mogelijk blijkt om het aneurysma af te klemmen (bijvoorbeeld omdat anders belangrijke hersenslagaders zouden moeten worden afgesloten) kan worden geprobeerd het aneurysma in te pakken ("wrapping" in het Engels). Dat houdt in dat er materiaal om het aneurysma wordt gewikkeld (bijvoorbeeld stukjes katoen), waardoor er verlittekening rondom het aneurysma optreedt, en de wand van het aneurysma dikker en sterker wordt. Daardoor neemt de kans op een hernieuwde bloeding af.

Naar boven
Indirecte aneurysma afsluiting:

Soms moet worden vastgesteld dat rechtstreekse afsluiting van het aneurysma niet mogelijk is. Dan kan er worden geprobeerd om het aanvoerende bloedvat (het zogenaamde "moedervat") waaraan het aneurysma vastzit af te sluiten. Dat is alleen mogelijk als de bloedtoevoer naar dat deel van de hersenen door de andere hersenslagaders kan worden overgenomen. Of dat het geval is moet dan ook tevoren worden onderzocht. De afsluiting kan worden uitgevoerd door operatief een soort ringetje om de halsslagader te plaatsen en dat in enkele dagen tijd langzaam van buitenaf dicht te draaien, totdat het bloedvat helemaal is afgesloten. In de tussentijd wordt de bloedtoevoer door de andere hersenslagaders overgenomen.
Tegenwoordig wordt de moedervat afsluiting steeds vaker via de liesslagader (endovasculair) uitgevoerd. Daarbij wordt dan een ballonnetje in het bedoelde bloedvat opgeschoven, en op het moment dat het op de juiste positie ligt, opgeblazen. Vervolgens wordt nauwkeurig gekeken of de circulatie door de hersenen nog goed verloopt. Pas dan kan het ballonnetje definitief worden opgeblazen en het bloedvat worden afgesloten. Daardoor raakt het bloedvat verstopt en kan er geen bloed meer langs. Het ballonnetje wordt vervolgens losgekoppeld, waardoor het in opgeblazen toestand in het moedervat achterblijft. De bedoeling is dat uiteindelijk bloedstolling optreedt in het aanvoerende bloedvat en in het aneurysma, zodat daaruit geen bloeding meer kan optreden.

* Een ander alternatief is het aanleggen van een vaatomloop (bypass), waarbij voorbij het aneurysma een vaatomleiding wordt aangebracht, waarlangs de aanvoer van zuurstofrijk bloed plaats kan vinden. Meestal wordt deze ingreep gevolgd door het afsluiten van het bloedvat dat het aneurysma vult. Het gevolg van die afsluiting is dan weer dat het aneurysma dicht stolt.

Behandelingsrisico´s
De risico's bij de behandeling van hersen aneurysma´s zijn afhankelijk van de plaats en de grootte van het aneurysma, van de ziekteverschijnselen die zijn veroorzaakt door het aneurysma (bijvoorbeeld of er een bloeding is opgetreden, of een herseninfarct), van de leeftijd en de neurologische en lichamelijke conditie van de patiënt, van het soort behandeling waarvoor is gekozen, etc.

Naast de algemene complicaties zoals infecties (vb. wondinfectie, longontsteking), bloeduitstortingen, trombose, etc., zijn er specifieke complicaties die samen hangen met de bloeding en de behandeling van het hersen aneurysma. Onder andere kan dat zijn een hernieuwde hersenbloeding (hetzij nog voordat men heeft kunnen beginnen met de behandeling, hetzij tijdens de behandeling, dus als men bezig is om het aneurysma af te sluiten), een herseninfarct (bijvoorbeeld ten gevolge van vaatverkramping (spasme) of door (onbedoelde) afsluiting van een bloedvat op het moment dat een aneurysma wordt geclipt of gecoild), of hersenzwelling (b.v. door het manipuleren aan de hersenen tijdens een schedellichting), het optreden van afvloedstoornissen van het hersenvocht (waterhoofd). Het gevolg kan zijn dat er verlammingen ontstaan of andere blijvende (uitvals-)verschijnselen van de hersenen of hersenzenuwen (afasie, epilepsie, bewusteloosheid (coma)). Een hernieuwde bloeding of een herseninfarct kan de hersenen zodanig beschadigen, dat de patiënt kan komen te overlijden.

Vooral bij patiënten die een bloeding uit een aneurysma hebben doorgemaakt is de eerste twee weken na de bloeding de toestand vaak kritiek. Ook als het is gelukt om kort na de bloeding op één of andere manier het aneurysma af te sluiten kan er nog achteruitgang van de conditie optreden, met name door het optreden van vaatkramp (of vasospasme). Het ontstaan van vaatspasme is (naast het optreden van een recidiefbloeding) het grootste gevaar dat een patiënt na een aneurysmatische hersenbloeding loopt. Het risico op vaatspasme is het grootst in de tijd tussen de 4e en de 10e dag na de hersenbloeding. Ten gevolge van vasospasme kan er, ook indien het aneurysma al is geopereerd, een ernstige (en niet zelden fatale) verslechtering van de toestand van de patiënt optreden. Met behulp van infusen en medicijnen, en zonodig kunstmatige beademing op de intensive care, is slechts in beperkte mate invloed op uit te oefenen op het vasospasme. Behandeling waarbij met behulp van een catheter een opblaasbaar ballonnetje in het verkrampte bloedvat wordt geschoven en zodoende de vernauwing wordt opgerekt staat nog in de kinderschoenen. Misschien dat dit in de toekomst nieuwe mogelijkheden biedt voor de behandeling van vasospasme.
Naar boven

Angiografie,

Hierbij wordt via een slangetje dat in de liesslagader wordt opgeschoven (meestal onder plaatselijke verdoving) contrast in het vaatstelsel van de patiënt gespoten, waardoor het mogelijk is om met behulp van Röntgen foto's de hersenvaten af te beelden. Op die manier kan een uitstulping van een hersenslagader worden opgespoord. Het angiografie onderzoek van de hersenen is op dit moment nog steeds de meest betrouwbare methode om hersen aneurysma´s mee te onderzoeken. Een nieuwe techniek is de 3D angiografie waarmee driedimensionale afbeeldingen van de bloedvaten kunnen worden gemaakt
Naar boven


B

Beroerte diagnose vaststellen/uitsluiten
Uw arts zal van recente gebeurtenissen en uw algemene medische voorgeschiedenis kennis nemen en informeren naar diabetes (suikerziekte), hypertensie (hoge bloeddruk), hart- en vaatziekten en andere neurologische afwijkingen. Hij/zij zal uw bloeddruk en polsslag meten, uw hart controleren en daarbij luisteren naar geruis (abnormale geluiden veroorzaakt door onregelmatige doorbloeding). Hij/zij zal u ook onderwerpen aan een neurologisch onderzoek. Er is een aantal diagnostische tests die het beschadigde deel van de hersenen in kaart kunnen brengen en kunnen helpen het door de beroerte veroorzaakte probleem duidelijk te maken. De meeste van deze onderzoeken zijn pijnloos. Diagnostische onderzoeken vallen uiteen in drie categorieën:

Onderzoeken van hersenbeelden
Onderzoeken die de elektrische activiteit van de hersenen laten zien
Onderzoeken die de doorbloeding van de hersenen laten zien

Onderzoeken van hersenbeelden
Tot de normale hersenbeelden onderzoeken horen:

CT/CAT (computertomografie) scan: een procedure waarbij met röntgenstralen een beeld van de hersenen wordt gemaakt. Een CT/CAT scan kan de oorzaak van een beroerte bepalen alsmede de locatie en de omvang van de hersenschade en het soort beroerte dat heeft plaatsgevonden.
MRI (kernspintomografie) scan: een procedure waarbij met een groot magnetisch veld een beeld van de hersenen wordt gemaakt. Net als bij de CT scan, laat MRI de plaats en de omvang van de hersenbeschadiging zien.

Onderzoeken die de elektrische activiteit van de hersenen laten zien
Twee gebruikelijke elektrische activiteitstesten, die de elektrisch activiteit van de hersenen in beeld brengen zijn:

EEG (elektro-encefalogram): een pijnloze procedure waarbij kleine metalen schijfjes (elektroden) op iemands hoofdhuid worden aangebracht en daar elektrisch impulsen opvangen. Deze elektrische signalen worden uitgeprint als hersengolven.
Evoked response test: een eenvoudige procedure waarbij elektrodes elektrische hersenimpulsen vastleggen als reactie op prikkels, zoals geluid, aanraking of visuele beelden. Deze test meet hoe de hersenen omgaan met verschillende sensorische informatie.

Testen die de doorbloeding in de hersenen laten zien
Doorbloedingtesten meten de doorbloeding in uw halsslagaders. De halsslagaders zijn de slagaders in uw hals die bloed naar uw hersenen transporteren. B-mode imaging, Doppler ultrasound en duplex scanning zijn veelgebruikte voorbeelden van doorbloedingstesten. Angiografie is een ander type doorbloedingstest, waarbij een kleurstof in de bloedvaten wordt geïnjecteerd en vervolgens een röntgenfoto wordt gemaakt. Angiografie geeft een beeld van de doorstroming van het bloed door de vaten en zodoende kan de omvang en de locatie van verstoppingen worden opgespoord.


Naar boven


C
CTA, Computer Tomografie Angiografie

De CTA is een nieuwe techniek, waarbij met behulp van een speciale (spiraal-)en CT-scan, nadat aan de patiënt een contrastvloeistof is toegediend via een ader in de arm, hele dunne dwarsdoorsnede foto's van de hersenen worden gemaakt. Uiteindelijk wordt met behulp van de computer een driedimensionale reconstructie van de hersenvaten gemaakt, waarop dan eventuele uitstulpingen kunnen worden aangetoond (Figuur 3). Dit onderzoek heeft als voordeel boven de angiografie (zie hierboven) dat het tegelijkertijd met de hersen-CT-scan kan worden gemaakt, het onderzoek weinig tijd kost, en er geen katheters in de liesslagader hoeven te worden ingebracht (minder belastend voor de patiënt). Nadeel is dat bij het CTA-onderzoek kleine aneurysma´s soms niet worden ontdekt. Daarnaast is de apparatuur duur en in de meeste ziekenhuizen (nog) niet beschikbaar.
Naar boven

CT-scan

Door middel van röntgentechniek kunnen ze verschillende onderzoeken uitvoeren, de Ct-scan is een grote brede buis waar camera`s het werk zullen doen. U moet gaan liggen op een bed waneer u automatich op een rustige manier stukje voor stukje de buis in wordt geschoven. Op deze wijze maken ze van iedere milimeter van het te onderzoeken lichaamsdeel een fotoschijfje. Veel mensen hebben de indruk dat dit onderzoek erg beangstigend zal zijn doordat zij het idee hebben een tunnel in te moeten, in de praktijk valt deze ervaring erg mee, vertel het uw onderzoeker als u deze angst ook hebt! zij zullen u hier goed in begeleiden. Wordt veel gebruikt om tumoren, bloedingen, herseninfarct, enz. uit te sluiten of te bevestigen.
Naar boven

Coilen

Een andere behandelingsmethode van het aneurysma is coiling. Hierbij wordt een vaatkatheter in de liesslagader ingebracht en naar de monding van het aneurysma gedirigeerd. Via deze geleidekatheter worden dan spiraaltjes van platina in het aneurysma gebracht, die daarin opkrullen en de holte van het aneurysma geheel opvullen waardoor deze afgesloten is van de bloedaanvoer en niet meer opnieuw kan gaan bloeden.
Naar boven


D
Duplex doppler handvaten

Ultrageluidstechniek die door de rontgen afdeling wordt uitgeoefend om vernauwingen van de halsslagaders vast te stellen. Met behulp van geluidsgolven wordt er geluisterd naar de bloedstroom. Tevens zal door een echo apparaat (echografie) de bloedstroom zichtbaar worden. Men spuit gel in je nek en gaat daarna met een klein apparaatje over je nek vrijven, geheel pijnloos

Naar boven

E
EEG: electro encefalo grafie

Methode:
Door middel van electroden op het hoofd, verbonden met een modern registratietoestel dat de hersenpotentiaaltjes en de potentiaalverschillen een paar maal versterkt, kan de hersenactiviteit onderzocht worden. Tevens worden hierbij de afwijkingen gemeten aan de hand van verschillende programma's. Tijdens het onderzoek wordt vaak gevraagd gedurende een 20-tal minuten rustig te blijven liggen of zitten, af en toe de ogen open en dicht te doen, een paar maal diep te zuchten. Tegen het einde van het onderzoek gaat een lamp een paar keer flitsen om een aantal reacties van de hersenen te meten. Dit onderzoek is volledig pijnloos en gevaarloos. Na afloop wordt aangeraden om thuis het haar te wassen om de contactvloeistof te verwijderen. Tijdens dit onderzoek wordt in ons centrum simultaan een video opname gemaakt (nuttig als iemand een epileptische aanval of een andere vorm van bewustzijnsdaling krijgt). Bovenstaande onderzoek zal men uitvoeren als er verdenkingen zijn voor: Epilepsie
Vaatstoornissen
Intoxicaties
Hersenschudding
Slaapstudie

Naar boven

Endovasculaire behandeling,

Deze behandeling is betrekkelijk nieuw, en de laatste jaren volop in ontwikkeling. Het principe van deze behandeling is dat door middel van een in de liesslagader ingebracht slangetje het aneurysma van binnenuit wordt opgevuld met een ballonnetje, of een platina spiraaltje ("coil") of met een soort lijm. Met name het plaatsen van coils (op zijn Engels "coiling" genoemd) is steeds beter mogelijk, en inmiddels wordt deze techniek ook in Nederland steeds vaker toegepast. Voordeel van de endovasculaire behandeling is dat het niet nodig is om een open operatie te doen. Nadeel is dat het soms niet mogelijk is om het aneurysma met behulp van coils in één keer volledig en definitief af te sluiten, zodat regelmatige controle foto's (angiografie) en soms meerdere behandelingen nodig zijn. Het effect op de lange termijn van de endovasculaire behandeling van het hersen aneurysma is nog niet goed bekend. Het gaat er bij behandeling van aneurysmata om, om het ontstaan van een nieuwe bloeding te voorkomen. Het is bekend dat “gecoilde” aneurysmata nadat ze aanvankelijk volledig waren opgevuld, na enige tijd toch weer gedeeltelijk “open” gingen. Dit komt door inklinken van de coil massa. In dat geval is aanvullende behandeling noodzakelijk. In sommige gevallen weer door middel van coiling, maar in bepaalde gevallen moet alsnog worden overgegaan tot operatie. Dit betekent dat patiënten die een coiling hebben ondergaan vaak langdurig onder controle moeten blijven, en soms meerdere malen een bloedvat onderzoek moeten ondergaan.
Welke behandeling wordt gekozen hangt steeds af van de individuele situatie van de patiënt. Dat is steeds weer "maatwerk" waarover het behandelteam van neurochirurgen en neuroradiologen zal beslissen. Op voorhand is nooit met zekerheid te zeggen of de behandeling zal slagen.

Naar boven
F
G

H
I
J

Naar boven
K

L
lumbaalpunctie

Na lokale verdoving, en eventueel na een algemene sedatie met Dormicum, wordt door de arts een naald ingebracht tussen de 3de en 4de lendenwerveluitsteeksel. Dit bij een patiënt in gekromde houding of liggend. Het doel is een kleine hoeveelheid ruggenmergvocht af te tappen, om dit te onderzoeken. Het wordt toegepast bij het vermoeden van meningitis (hersenvliesontsteking), hersenbloeding, MS en eventueel ook bij andere diagnostische technieken.

Het pijn bij dit onderzoek wordt beperkt door de verdoving

M
MRI of NMR-scan

Te vergelijken met een CT-scan. In tegenstelling tot de CT-scan is de MRI of NMR-scan echter geen röntgentechniek. In de plaats daarvan wordt er gebruik gemaakt van een magnetisch veld. Het voordeel hiervan is dat men driedimensionele beelden kan krijgen van schedel, nek of rug (en eventueel ook andere organen). Voorwaarde is wel dat men geen metalen voorwerpen in zijn lichaam draagt (zoals pacemakers of piercings!). Zeer nuttig voor de diagnose van MS, CVA, hersentumoren, enz.

MRA,Magnetische Resonantie Angiografie

De MRA is een nieuwe techniek waarbij met behulp van de magneet scanner (mri-apparaat), dus zonder gebruik van Röntgenstraling, foto's van de hersenvaten kunnen worden gemaakt. Nadeel is dat de patiënt langere tijd (ongeveer 20 minuten), stil moet kunnen blijven liggen. Bij iemand die misselijk is, heftige hoofdpijn en nekpijn heeft, en als soms sprake is van bewusteloosheid of ernstige onrust, is een dergelijk onderzoek niet zonder meer uit te voeren. Bovendien is het met de meerderheid van de magneetscanners nog niet mogelijk om de hoge kwaliteit van het "gewone" hersen angiogram (zie hierboven) te evenaren met deze techniek. Voor routinematige controle of screening is de MRA echter zeer geschikt
Naar boven
N
O
P
Q

R

DE REVALIDATIE

De revalidatie van mensen met niet aangeboren hersenletsel start vaak met een uitgebreide (poli)klinische observatieperiode van circa twee maanden. In deze periode worden diverse testsituaties doorlopen met als doel een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van iemands beperkingen én mogelijkheden.
Tijdens de behandeling kunt u ondersteund worden door een team dat bestaat uit:
Revalidatiearts,neuropsycholoog, fysiotherapeut, ergotherapeut
logopedist, maatschappelijk werker, psychiater, sport-, spel-,en of muziektherapeut,
activiteitenbegeleider , diverse medewerkers van de (poli)klinische afdeling
De behandeling:
- verbeteren van de lichamelijke conditie evenals het mobiliseren,
- verbeteren van communicatie,
- leren gebruiken van aanpassingen,
- trainen van praktische vaardigheden, huishoudtraining,
- leren omgaan met cognitieve stoornissen (cognitieve training),
- inzicht krijgen in de mogelijkheden en beperkingen,
- verwerking van het verlies van mogelijkheden,
- trainen van sociale vaardigheden, invullen van vrije tijd,
- schoolonderzoek en -advies, realiseren van scholing,
- arbeidsrevalidatie onderzoek en -advies,
- arbeidsgewenning,
- begeleiding naar en op het werk (jobfinding en -coaching) etc.
De familie en vriendenkring rondom de revalidant.
Het is van groot belang dat ook de directe relaties van de revalidant, zoals ouders, verzorgers, partners, broers en zusters en vrienden, op de hoogte zijn van het revalidatie programma, omdat ook zij erg veel te verduren krijgen. Ook voor hen is er ondersteuning mogelijk (vraag er naar bij het revalidatiecentrum).
Naar boven
S
Sensomotorische training


Sensomotoriek
Sensomotoriek is de koppeling tussen sensoriek en motoriek. Sensoriek is het opdoen van prikkels door middel van zintuigen, (oren en ogen, maar ook de tastzin en het evenwicht.) Motoriek is het vermogen om te kunnen bewegen, zoals het rollen van babies, het grijpen, zitten, slaan, lopen en springen. Hoe werkt dat nou samen?
Als een kind wil stuiteren met de bal, moet het de bal zien (sensoriek) en voelen met zijn handen (sensoriek) en met de motoriek moet hij de bal in beweging kunnen brengen. Om te kunnen hinkelen moet het ook een goed evenwicht (sensoriek) hebben.
Als deze ontwikkeling niet of traag op gang komt, kan een kind door middel van sensomotorische training hiermee goed op weg worden geholpen. De sensomotorische ontwikkeling vormt niet alleen de basis voor de motorische ontwikkeling, zij heeft ook een belangrijke invloed op de totale ontwikkeling van het kind. Door met een bal te spelen, krijgt die bal de betekenis van iets waarmee je kunt rollen en gooien. Door het voorwerp bal motorisch te ontdekken, krijgt het woord bal inhoud. Te weinig motorisch ontdekken kan leiden tot problemen in de taalontwikkeling van een kind. Door het bewegen leert het kind zijn lichaam kennen (lichaamsplan) en van daaruit de omgeving (ruimtelijke oriëntatie). Dit is van belang om te leren rekenen. Als kinderen met elkaar spelen, beoordelen zij elkaar veelal op motorische vaardigheden. Als een kind altijd als laatste gekozen wordt, omdat het niet snel genoeg vangt en gooit, kan een negatief zelfbeeld ontstaan. Het kind kan daardoor de moed verliezen, minder zelfvertrouwen ontwikkelen en last van faalangst krijgen.

De training zelf
Belangrijk is ook dat het kind ( weer ) plezier krijgt in het bewegen en spelen.
Sensomotorische training is een gespecialiseerde vorm van fysiotherapie die erop gericht is om kinderen tussen de 4 en 12 jaar te behandelen. Deze training wordt vooral gegeven aan kinderen maar kan ook van belang zijn voor volwassenen. Alles wat je ter ondersteuning aanbiedt en samen voor elkaar krijgt, voor een jong mens positieve bagage is, daar heeft zij of hij een leven lang voordeel van.

Symptomen van achterstand in de sensomotoriek
*schrijf-, lees- en/of rekenproblemen (meestal is dit te zien in groep 3 of 4)
*onvoldoende vaardigheid bij het huppelen, hinkelen, vangen en gooien van een bal, etc.
*gymnastiek gaat moeizaam, meespelen op straat en op het schoolplein is er meestal niet bij.
*onhandigheid of houterig gedrag waardoor het kind vaak struikelt, dingen omstoot of laat vallen
*gedragsproblemen zoals agressief en onhandelbaar, druk of verlegen zijn of de clown uithangen, doet stoer, stil en onopgemerkt willen zijn, het trekt zich terug op een veilig gebied en doet alleen wat het goed kan. Deze gedragsvormen worden dan onbewust gebruikt om de motorische onhandigheid te verbergen of te compenseren. Vaak is dat gedrag waardoor het kind bij anderen uit de gratie raakt.
*Kinderen die niet stil kunnen zitten of onderuit hangen, de houdingscontrole laat dus te wensen over

Intake en onderzoek vooraf
Dit soort signalen kunnen opgepikt worden door de ouders, leerkracht en/of ggd, of consultatiearts. In overleg met de huisarts en/ of de kinderarts kan dan besloten worden tot een sensomotorisch onderzoek. Dit onderzoek is vooral bedoelt om uit te vinden op welk niveau een kind functioneert op het gebied van grove en/of fijne motoriek en ook waar en wanneer doen zich de problemen voor. Als blijkt dat er inderdaad een duidelijke achterstand aanwezig is in de sensomotorische ontwikkeling wordt het kind in behandeling genomen.

Het onderzoek zelf is als volgt opgedeeld:
* Motorische ontwikkelingsfase
* Evenwicht
* Grove motoriek
* Oog/handcoördinatie
* Fijne motoriek
* Lichaamsschema
* Tijd/ruimtelijkeoriëntatie
* Houding en beweging

De resultaten van het onderzoek komen in een verslag, waarna advies wordt uitgebracht.
Voorop staat, dat het kind weer plezier in bewegen en zelfvertrouwen moet krijgen. Het is daarom belangrijk om aan te sluiten bij wat het kind al kan of leuk vindt om te doen. Van daaruit in kleine stapjes ontdekken dat er ook mogelijkheden zijn op de gebieden van sport of spel waar dit specifieke kind moeite mee heeft.
Tijdens de behandeling moet het kind zich in ieder geval veilig voelen en uitgenodigd worden om het beste uit zichzelf te halen. Wat tot de eigen verrassing vaak lukt. Kinderen hebben een korte spanningsboog, dus de verschillende oefeningen volgen elkaar redelijk snel op, maar liggen wel in elkaars verlengde, waardoor ze elkaar versterken.

Iedere behandeling heeft andere werkvormen en ook worden steeds andere materialen gebruikt. De eerste behandeling wordt gebruikt om die terreinen op te sporen, waarop het kind ondersteuning nodig heeft. Aan de hand van deze test worden fysiotherapeutische diagnose, de behandeldoelen en het behandelplan vastgesteld.

De behandeling kan bij een fysiotherapeutpraktijk of in een ziekenhuis plaatsvinden. Meestal is het een keer per week. Ouders of verzorgers zijn meestal aanwezig bij deze behandelingen. Indien nodig kan er ook overleg gepleegd worden met de leerkracht. De oefeningen zijn erop gericht de motorische vaardigheden (fijne en/of grove motoriek, coördinatie) verder te ontwikkelen en dan te integreren in het dagelijks leven. Thuis moet er vaak ook geoefend worden. Zo’n behandeling duurt tussen de 6 en 18 maanden, in de schoolvakanties heeft het kind vrij ook van de sensomotorische training. Om te kunnen nagaan hoe de stand van zaken is wordt er tussentijds en/of ter afsluiting van de therapie de vaardigheden getest. Op welk motorisch niveau bevind het kind zich dan, wat moet er eventueel aangepast worden in de therapie? Na afsluiting van de therapie wordt het kind 1½ jaar onder controle gehouden. Tijdens het controle-onderzoek wordt bekeken of de motorische ontwikkeling zich ook voortgezet heeft zonder sensomotorische training. Indien nodig kan overlegd worden om het kind opnieuw enige tijd in behandeling te nemen.

Iedere behandeling is op het kind afgestemd, de lat ligt dus niet voor iedereen even hoog.
Kinderen hoeven niet precies hetzelfde te reageren en functioneren.

Bronnen
http://www.homepages.hetnet.nl/~ferosara/kinderbehandelingen.htm
http://www.xs4all.nl/~movecesa/sensomotoriek.html
Interview met:Richa Bergman – fysiotherapeut door: Ilke Harmsen
http://www.gezondheidscentrumdidam.nl/lib/page.asp?page=47
NVFK:De Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Kinder- en Jeugdgezondheidszorg (NVFK) is een beroepsinhoudelijke vereniging van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF).
Relevante websites: www.NVFK.nl
http://www.kinderfysiotherapie.com/laatst_bezocht.htm



Naar boven
T
U

V
W

X

Y
Z

.Naar boven